Groene Stad

onkruidGroene Stad (2011)

De stad is grijs. Betonnen blokken torenen boven ons uit, glas vervreemdt ons van onze duistere binnenkant. De stad is rood en geel. Kloostermoppen, gesinterde bakstenen en alles ertussenin neemt ons op als een warm bad in de winter en een koele wijkplaats in de zomer. De stad is blauw, als je de bobo’s geloven moet en drijft op het water lonkend naar de nieuwe rijken. Kom maar, hier is Groningen. We ontvangen je, bouwen voor je, verlangen naar je. Trots vertelde de wethouder dat hij 4500 woningen heeft gebouwd en ik kijk bedroefd naar de beuken die in het Stadspark zijn omgezaagd, naar de onmogelijk brede weg. Enkele jaren geleden is er een inspraakronde gehouden over het Stadspark en niemand was voor het plan waarin de beuken omgingen, het park voor de Gasunie en voor waterberging werd gebruikt. Toch is dat wat er nu gebeurt. De enige leuke nieuwe huizen zijn omgebouwde oude. Het paleis is prachtig en een kern van activiteiten en ga eens op het industrieterrein bij het Winschoterdiep kijken naar de omgebouwde bedrijfspanden. Die zijn leuk!! En ertussen door breekt het groen weer door de paden.

De stad is groen. Overal breken bomen de fietspaden open, schieten blauwe en gele bloemen uit de trottoirs. Hommels kruipen onder de huizen, zwaluwen nestelen in de flats en in de Schildersbuurt steken schildpadden de kopjes boven water als er zon is. Parken fleuren de mensen op die honden aanschaffen als excuus om naar de parken te gaan of hardloopschoenen. Minirokken en smerige jasjes paraderen over de paden met colablikken die niet meer in prullenbakken passen. De parkieten vliegen ons om de oren.

Hoe zouden ze over ons denken, de parken. Ik bekijk de kleine resten boom en gras waar nog geen reusachtige torenflats voor duizenden ambtenaren in gepland zijn of nooit gebruikte busbanen en anderevleermuis creaties. De bomen zoeken contact, sturen hun vleermuizen uit. Tegenover het filosofiegebouw zitten stenen vleermuizen in de consoles bij een balkon. De filosoof Thomas Nagel schreef ooit 'It is something to be a bat'. Het is iets om een vleermuis te zijn en iets anders om een blinde man te zijn. Er bestaat een boek waarin een blinde filosoof en een ziende ervaringen uitwisselen en ideeën over waarnemen. Waarnemen, ervaren; filosofen zijn er erg mee bezig. Maar wat is het om een park te zijn, honden die door je lopen, arrogante bestuurders die je vernielen, mensen die van je genieten… Scholeksters broeden op onze daken.

"Natuur is voor tevredenen of legen.
En dan: wat is natuur nog in dit land?
Een stukje bos ter grootte van een krant
Een heuvel met wat villaatjes ertegen."

zei J.C. Bloem, maar ja. Ik hou nu eenmaal van zoembeesten en brandnetels.

Het wordt tijd dat we weer vriendschap sluiten met onze groene stad.

 

 

boom

 

© Liesbeth Cavé 2009