In 2005 werd mijn debuut uitgegeven door Uitgeverij Monnier in Groningen. Trudy Dijkshoorn stelt er eer in om haar bundels mooi uit te geven en mooi is mijn bundel geworden.
Onbestendig territorium, mijn eigen terrein, het terrein dat nooit vaste grond geworden is, waarvan de vorm niet vast ligt nog de kleur of de plek.

HEK
Mijn kind drijft hier in de vijver,
langs deze dijk wortel ik, hoor spoken, een steenuil
schreeuwt als losse stem in de nacht en nog weet ik
niet hoe oud de mythe is, waarom ik denk
dat zij gedachten naar sterren dragen
Eens was hier een man van dromen
In zijn tuin plaatste hij wijngaardslakken
gaf ze nummers en zag dat het goed was
dat ze de buren overstroomden, de straat, het dorp
en tussen bloemen leerde hij me
van de gouden kevers, het luchtkasteel dat Darwin bouwde
het getal van Bach en de geheimen van geluid
van het suizen in de buizen en dat het nergens
zo suizen kon als in zijn hersenpan
Tussen de duizenden boeken dwaalden ze
“Boem, Tsjakka, boem” zei zij, zwaaide de scepter over de piano
en bracht haar wereld van koffie en brood en mensen die kwamen
Ik weet nog dat het ver was naar het hek en het dorp erachter
Ze spraken een andere taal: van de voetbal en de god
van Klaartje die moest kalven, van voer voor varkenskot
Er waren ook puisten op een brommerkop
bier en brute klanken, gillende meiden in een minirok
Soms denk ik dat ik nooit ben aangekomen
dat ik nog zweef met de stem van de steenuil
met een boek in een hoek.
dat ik Benin zag en het dak van de zeepfabriek
maar de grens naar het dorp nooit overschreed
Nu de geest van het dorp vertrokken is, nu boeren in de avond
geen koeien roepen en nu de uiterwaarden speelvijver zijn
ook de knotwilg een bordje krijgt straks
Nu denk ik “wat was er toch achter dat hek”
LC juli 2004
Foto's van de presentatie 3 april 2005